‘Wat fijn dat jij er bent!’

‘Wat fijn dat jij er bent!’

Nynke Heijt , Leerkracht groep 1/2
Terug naar overzicht

De kleur van mijn hart 

 

‘Kinderen neem je niet, die krijg je..’ 

Mijn ouders konden samen geen kinderen krijgen. Na jaren van medisch onderzoek, het was eind jaren zestig dus ivf * en ICSI** stonden nog in de kinderschoenen, besloten mijn ouders dat ze heel graag een kindje zouden willen adopteren. De meeste mensen met een kinderwens worden niet onderzocht of ze wel ‘fit’ zijn om kinderen op te voeden. Mijn ouders wel. 

Na acht jaar ‘in verwachting te zijn geweest’, kwam een geweldig telefoontje. Mijn ouders zouden vader en moeder worden. 

Nu wil het toeval dat dezelfde dag een professor dokter ‘huppeldepup’ vanuit het Martini Ziekenhuis Groningen met het bericht kwam, dat ze samen een medisch traject mochten starten. Maar ze kozen mij. 

Een drie maanden oude baby. Ik verbleef in het opvangtehuis, nu een blijf van mijn lijfhuis, recht onder de Martinitoren, bij de zusters. Ik lag in een bedje naast Johan. Johan was het zoontje van een dokter. Hij was meervoudig lichamelijk beperkt en niet gewenst.

In één dag reden mijn ouders een rondje door Friesland. De elfstedentocht maar dan langs alle familieleden. Daarna was de kinderkamer compleet en de babyuitzet een feit. Iedereen was erg blij voor ze. Mijn moeder reed vier dagen op en neer om voor mij te leren zorgen. Op twaalf mei kreeg iedereen mijn geboorte- kaartje. ‘Bliid binne wy mei de komst fan us famke: Nynke’.

Ik ben veilig gehecht. En wat voel ik mij gewenst. Ieder jaar vieren we de dag van mijn komst: ‘kindje dag’ door mij in het leven geroepen.

Voor een kind is het heel belangrijk dat je gewenst bent, geliefd bent en wordt gezien en gehoord. En ik? Ik kan mij geen lievere ouders bedenken dan dat ik heb gekregen. Want je ouders, die zoek je niet uit. Ik ben een bofkont. 

baby
Hier ben ik dan. 

Pas acht dagen oud. Bijzonder, want dit is mijn enige babyfoto van toen ik ter wereld kwam.

Natuurlijk vraag ik mij wel eens af hoe het zou zijn geweest wanneer ik bij mijn biologische moeder zou zijn opgegroeid. Zij kon liefde geven. Ik weet dat.

Maar Madonna, zij heeft ongelijk. Je haalt een kind wel uit het land, maar je rukt de ‘roots’, niet uit een kind. De wortelen. De navelstreng waar iedereen ooit door is verbonden. Verbonden aan waar je wieg stond. Waar je moeder, je familie, je cultuur was. Iedereen heeft recht om te weten waar je roots liggen. Wat je eigen geschiedenis is. Je leest het goed: een recht. Wat je ermee doet? Dat is wederkerigheid.

Madonna heeft haar kinderen geadopteerd om ze betere kansen in het leven te geven. Wat zijn betere kansen? Wie zegt dat er in een land geen liefde kan wonen? Bedenkt er wel eens één iemand welke gevoelens een moeder heeft, wanneer ze haar kind al dan niet gedwongen afstaat? 

Ik heb geluk: ik besta. Ik voel mij rijk en ik ben dankbaar voor de ouders die ik heb gekregen en er onvoorwaardelijk voor mij zijn. Mij alles konden bieden wat ik nodig had en heb. En dat bedoel ik niet in materiële zin. Leafde.

Mijn kleur van mijn ‘hart’ heb ik voor vijftig procent van mijn ouders. Daarvan ben ik overtuigd.

Ik ben geboren uit mijn zestienjarige biologische moeder. Dankbaar ben ik haar dat zij voor mijn leven heeft gekozen en dat ze mij heeft afgestaan voor het leven omdat ze niet voor mij kon zorgen. Omdat het in het begin van de jaren zeventig, het maatschappelijk niet geaccepteerd werd, dat ik bestond. Zeker niet binnen streng gereformeerde gezinnen op het Friese platteland. Ik heb haar één keer op mijn verzoek ontmoet bij het Fiom*** gevestigd in een oud herenhuis in Leeuwarden. Het toeval wil dat ik daar als zesjarige heb gespeeld. 

Ik was zeventien, op zoek naar mijn geschiedenis en zij was tweeëndertig.  

We keken samen even in de spiegel. Wat leken we toch op elkaar.

In haar naaste omgeving wist niemand van mijn bestaan af. Ik bestond niet. 

Ik was in de ‘doofpot’ gestopt. Ze heeft mij gekregen en meteen afgestaan en vervolgens haar eindexamen gedaan. Hoe is het mogelijk? 

Ze trouwde en samen met haar man hadden ze een jongetje geadopteerd uit Korea. Ze gingen scheiden omdat haar man de oppas verkoos. Ik leefde mijn leven en zij leefde op een postkaart of een in een brief die ik van haar kreeg. En een stukje in mijn hart.

Toen ze veertig jaar was, kreeg ik onverwacht een rouwkaart. Wat zou de werkelijke oorzaak zijn geweest van haar overlijden? Ik kon mijn naam nauwelijks schrijven en of uitspreken tijdens de crematie- plechtigheid. Ik nam daar afscheid van mijn evenbeeld over zestien jaar. En zag familie die niet mijn familie was. Wie ik dan was? Haar biologische dochter, Nynke.

Veel vrienden en vriendinnen had ik. Het liefst speelde ik rollenspellen met mijn buurmeisje. Ik was meestal de vader. Dan moest zij een zaadje inslikken en kregen we een kindje. Wanneer ik alleen speelde, zette ik mijn pop en al mijn beren in een kring en ging ik ze voorlezen uit Pixi boekjes. Ik had er veel. Ik had er een bibliotheek van gemaakt. Met echte kaartjes en een biebpas. Toen ik vijf jaar oud was, vertelde ik op school aan juf dat ik ‘geabonneerd’ was. Mijn ouders zijn altijd open en eerlijk over mijn adoptie geweest. Toen ik bijna zes jaar werd, is mijn naam officieel veranderd in Nynke door de kantonrechter in Leeuwarden. Mijn ouders waren vijf jaar lang voogd van mij geweest. Dit kostte destijds vijfhonderd gulden. Gek eigenlijk, dat ik dat bedrag onthouden heb. Ik wil niet iets hebben gekost. 

kind
Wanneer je een kindje mag adopteren met een ander land van herkomst, word je door de organisatie verplicht om daar naar toe te reizen. Het land, de cultuur, de mensen die er wonen te leren kennen. De ‘roots’ van het kindje te verkennen. Heel goed bekeken van die adoptie- organisatie.           

Ik wilde heel graag naar de PABO. Juf worden was mijn roeping. En toen ik mijn diploma op zak had, probeerde ik mijn geluk te zoeken als invaljuf in Hengelo, omdat mijn toenmalige vriend in Enschede studeerde.

Ik heb met veel plezier zestien jaar gewerkt op basisschool de Timp. Wat een prachtig hecht en bevlogen team waren we. En we voerden met alle leerkrachten ieder jaar met Kerstmis de befaamde Kerstmusical op voor alle kinderen. En wanneer groep acht aan het einde van het schooljaar afscheid nam, zongen we uit volle borst het zelfgemaakte ‘Timpelied’.

‘Het ging niet altijd makkelijk of even snel, maar toch waren jullie wel een lekker stel. Negens, achten, zevens en een zes.. hou je taai en verder veel succes!’

Routines, regelmaat en afspraken, ik hield ervan. Ik hou ervan.

Toen de directeur met pensioen ging en afscheid nam, wilde ik net als de school, ook veranderen. Ik was veertig jaar geworden en bedacht dat ik mijn biologische moeder zou overleven. Ik kreeg een baan in het Montessori- onderwijs. Ik was toe aan verandering. Inmiddels was ik getrouwd met de liefste man en koos zijn mooie achternaam: Heijt. Heit betekent ‘papa’ in het Fries. Wij kregen samen twee kinderen. Wat een rijkdom. Ik kreeg ook vijftien kilo.

Op de Anninksschool vond ik de kinderen zo puur. Genormaliseerd. Lief. 

Alles ging vanuit intrinsieke motivatie. De aangeboren nieuwsgierigheid van de kinderen. Praten deed ik met weinig woorden. Ik probeerde de kinderen zélf na te laten denken. Door vrijheid in gebondenheid en het motto: ‘Leer mij het zelf te doen’, had ik twee handen vrij. De materialen die bij het Montessori- onderwijs horen zijn prachtig. Ze zijn zelfcorrigerend en altijd met één doel. De bruine trap, de roze toren en de rode stokken. Schuurpapieren cijfers en het splits- doosje. De vier- traps les gaf ik aan de individuele jonge kinderen van groep nul, één en twee. Dus als leerkracht ging ik bij de kinderen langs. Ik vroeg dan aan de kinderen wat ze vandaag wilden leren uit hun lesjes boek of ik stimuleerde hen om met bepaald materiaal te werken. Belangrijk was het proces naar het doel en niet het resultaat. Jij kan het bijna. Jij oefent om de roze toren te maken. Jij vond het moeilijk, maar je zette door. Drie leerjaren in een groep en niet meer dan eenentwintig leerlingen in een klas.

Het speellokaal was een beweeghoek geworden en in de kosmische kast zat de Werelddelen- dierenkist en het land- waterwerk. Ook het schenk- werkje, het pincet- werkje en de koperpoets mochten zeker niet ontbreken. Verwondering. Iedere dag een vaste structuur: lesjes geven in de ochtend aan een tafel of op een mat op de grond en spelen in de middag. En natuurlijk de wellevenheidlesjes. Iedere dag aandacht voor de sociaal- emotionele ontwikkeling. Hoe ga je om met -nee? Hoe ga je om met -ruilen? Winnen en verliezen? Iemand vragen om mee te spelen? Ik deed samen met de kinderen toneelstukjes. 

Nu nog steeds geef ik kinderen aan dat ze zelf hun materialen kunnen vasthouden en op welke manier: duimen erop en vingers eronder: in het midden van de doos aan beide kanten. Wat geeft kinderen een goed gevoel van eigenwaarde? Als ze eenvoudige handelingen zelf mogen en kunnen doen. Ik kan het zelf. Ik geef een kind aandacht, een kind doet iets met de aandacht, waardoor het kan groeien. Het kind ontwikkelt zich.

Toch bedacht ik dat door de jaren heen mij telkens bepaalde kinderen uit mijn klas waren bijgebleven.

Daryll, die vlak voor mijn ogen van het klimrek op de grond viel en een toeval kreeg, waardoor we ontdekten dat hij epilepsie had. Jony, die zó zorgzaam en sociaal en lief was voor anderen, maar in groep één heel veel moeite had met een puzzel. Rani, die maar niet zindelijk werd. Tijs, die mij altijd graag wilde helpen met klusjes, maar moeite had om stil op zijn stoel te zitten. Stijn die alleen maar pinguïns tekende,  pinguïns maakte van klei,  pinguïns knutselde, een pinguïn speelde en wapperde met zijn handen met zijn armen langs zijn lijf, wanneer hij ergens enthousiast van werd. Jerry, die veel motorische onrust had, waardoor hij een keer met zijn prikpen dwars door zijn duimtop heen stak. Ik kan nog lang doorgaan. 

Iedere juf heeft juist dié kinderen in haar hart gesloten omdat ze iets voor je betekenen. Omdat je als leerkracht iets voor die kwetsbare kinderen kan betekenen. Ik besloot dat ik graag naar de Stapsteen wilde. Ik wilde werken met jonge kinderen. Waar ik wellicht iets voor kan betekenen. Die kinderen zie ik graag. Die moeten niet worden vergeten. Die moeten zich veilig en gewenst voelen in mijn klas. Daarom zeg ik iedere dag bij de deur:

‘Wat fijn dat jij er bent!’

nynke

Nynke Heijt

Werkzaam in groep 1/2  van de Stapsteen.

(Mijn buurmeisje gaf toestemming en de namen zijn fictief.) 

 *= In- vitrofertilisatie / proefbuisbevruchting

 **= intracytoplasmatische sperma injectie/ tweede techniek
voor bevruchting van eicellen in een schaaltje in het laboratorium.                                                  

 ***= Fiom is de specialist op het gebied van ongewenste zwangerschappen en afstammingsvragen

 

 

avt.Action Form